OmniGraffle 3 Reference Manual for iOS

Bijlage B

Bewegingen

De volgende bewegingen kunnen worden gebruikt tijdens het werken met OmniGraffle.

Beweging Actie Beschrijving
Beweging één keer tikken Een object selecteren en werken met de gebruikersinterface Tik met één vinger.
beweging tikken en vasthouden Tikken en vasthouden Tik op en houd een object vast met één vinger; doorgaans gebruikt in combinatie met andere bewegingen.
Beweging dubbeltikken met één vinger Een waarde selecteren in een infovenster, of de tekst in een tekstlabel. Dubbeltik met één vinger.
beweging dubbeltikken met twee vingers Object of canvas passend inzoomen op het scherm Dubbeltik met twee vingers op een object of canvas.
beweging samenknijpen om in te zoomen Samen om in te zoomen op het canvas Breng twee vingers samen.
beweging samenknijpen om uit te zoomen Knijp samen om uit te zoomen op het canvas Beweeg twee vingers uit elkaar.
beweging slepen om te selecteren Sleep om te selecteren Raak het canvas aan en sleep dan uw vinger om objecten op het canvas te selecteren.
beweging om het canvas in elke richting te scrollen Scroll Veeg in elke richting om te scrollen; veeg omhoog of omlaag in de zijbalk of infovensterbalk, of in elke richting op het canvas.
beweging voor het roteren van objecten Draai een object Raak een object aan met twee vingers en draai het.
beweging voor het verplaatsen van objecten Verplaats een object op het canvas Tik op en houdt een object vast om het te selecteren en schuif dan met uw vinger om het object te verplaatsen.
beweging voor het selecteren van meerdere onderdelen op het canvas Selecteer meerdere, niet opeenvolgende objecten op het canvas Tik op en houd het eerste object vast en tik dan één keer op de andere objecten die u wilt selecteren.
beweging om een object naar voor te verplaatsen in de objectstapel van een laag Breng het object naar voor in de objectstapel Tik op en houd het object dat u naar voor wilt brengen vast; veeg omhoog met twee vingers.
beweging om een object naar achter te verplaatsen in de objectstapel van een laag Stuur het object naar achter in de objectstapel Tik op en houd het object dat u naar achter wilt brengen vast; veeg omlaag met twee vingers.
beweging voor snel kopiëren en plakken van objecten Kopieer en plak het geselecteerde object Tik op en houdt het object vast dat u wilt kopiëren; tik op een andere plaats op het canvas met twee vingers om te plakken.
beweging voor het verplaatsen van objecten lang een raster Verplaats een object langs een raster Schakelt de status van de optie Op raster tijdelijk in het infovenster Raster & hulplijnen. Wanneer Op raster uit is, kunt u met deze beweging het object langs het raster te verplaatsen. Wanneer Op raster aan is, kunt u met deze beweging het object vrij bewegen over het canvas.
Beweging voor het porren van objecten op het canvas Een object porren Tik op en houd het object vast met één vinger en veeg dan omhoog, omlaag, naar links of rechts om het object in die richting te porren (geporde objecten volgen de rasterinstellingen).
beweging om naar het vorige canvas in het document te gaan Schakel over naar vorig canvas Tik op en houd het canvas vast met één vinger en veeg dan omlaag met een andere vinger.
beweging om naar het volgende canvas in het document te gaan Schakel over naar volgend canvas Tik op en houd het canvas vast met één vinger en veeg dan omhoog met een andere vinger.