OmniGraffle 3 Reference Manual for iOS

Terminologie

Elke onderdeel van de software die u gebruikt heeft een kernset van terminologie en net als die apps heeft OmniGraffle een gemeenschappelijke terminologie. Om u te helpen de termen en terminologie die worden gebruikt bij het beschrijven van de interface of het werken in OmniGraffle, beter te begrijpen, bieden wij u deze korte woordenlijst.

Beginpunt
Het beginpunt markeert het verticale en horizontale snijpunt op de canvascoördinaten 0,0. Wanneer Toon beginpunt is ingeschakeld in Raster & hulplijnen, wordt het beginpunt gemarkeerd door donkerblauwe hulplijnen van de canvasnulpunten.
Bézier
Een curve op een pad waarvan de kromming wordt bepaald door het bereik en de hoek van de controlegrepen die zich uitstrekken vanaf het hoekpunt.
Canvas
Het canvas is het grote witte gebied in het midden van de interface van OmniGraffle waar u zaken kunt tekenen en maken. Een OmniGraffle-document bevat altijd minstens één canvas en één laag.
Contextmenu's
Aangezien iOS geen menustructuur heeft die lijkt op macOS, maakt OmniGraffle gebruik van contextmenu”s om een methode te bieden voor interactief werken met de gebruikersinterface. Waar beschikbaar verschijnen contextmenu’s wanneer u een object aanraakt en vasthoudt en laat dan uw vinger los. Contextmenu’s verschijnen als een zwarte balk, met menuopties die specifiek zijn voor het object of het interface-element waarop u hebt getikt.

Als een contextmenu extra opties heeft, ziet u een pijl aan de rechterrand van het menu; tik op De rechterpijlknop om extra menuopties weer te geven. Nadat u het menu naar rechts hebt gescrolld, verschijnt een linkerpijlknop aan de linkerrand van het contextmenu zodat u kunt terug kunt scrollen naar de vorige reeks opties.
Controlegrepen
Rode lijnen die uitbreiden vanaf een hoekpunt; wordt gebruikt voor de kromming van een Bézier-curve.
Document
Wanneer u een nieuw bestand maakt in OmniGraffle, is het basistype bestand dat u kunt maken een document waarvan de naam eindigt met de bestandsextensie .graffle. U kunt ook figuurbestanden (.gstencil) en sjablonen (.gtemplate) maken.
Documentbrowser
Wordt gebruikt om u te helpen bij het beheer van OmniGraffle-bestanden, inclusief figuren en sjablonen. De documentbrowser biedt u ook toegang tot bestanden die u met OmniPresence synchroniseert met de Omni-server of tot bestanden die zijn opgeslagen op iCloud Drive.
Figuur
Een figuur is een herbruikbare vorm die kan worden gesleept naar het canvas vanaf het venter Figuren. Figuren kunnen zo eenvoudig zijn als een vierkant of driehoek, of zo complex als een meerlagige en fijn ontworpen afbeelding. Elk object of elke object groep in een OmniGraffle-figuurbestand wordt een individuele figuur.
Gegevensvariabele
Een tekenreeks die u kunt gebruiken om een object en lijnlabels te plaats op basis van andere informatie in uw document. Gegevensvariabelen zoeken elementen met een gelijksoortige naam in de SML-bron van een document en tonen de overeenkomende gegevens met betrekking tot de geleverde tekenreeks. Zie Bijlage F: Gegevensvariabelen voor een lijst van gegevensvariabelen die beschikbaar zijn in OmniGraffle.
Gereedschapspalet
Zwevend boven het canvas vindt u het gereedschapspalet dat de gereedschappen bevat die u in OmniGraffle gebruikt voor het selecteren, maken, tekenen, verbinden van en interactief werken met objecten.
Groep
Een groep bestaat uit twee of meer objecten die samen zijn gebonden. Wanneer een objectgroep is geselecteerd, kunt u deze een stijl geven en op het canvas verplaatsen als een enkele eenheid. De stijlen die u toepast met de objectinfovensters worden toegewezen aan elk object in de groep.
Het menu App
Het menu App bevindt zich in de knoppenbalk op het scherm Locaties en ziet u wanneer u de inhoud van een map weergeeft in de documentbrowser. Tik op De gereedschapsknop om dit menu te openen. Raadpleeg het menu App voor meer details.
Infovenster
U gebruikt een infovenster voor het definiëren van stijlen en eigenschappen van een object, het definiëren van het canvasgebied en de maateenheden en het instellen van documenteigenschappen voor het opslaan en afdrukken van uw OmniGraffle-documenten. De individuele infovensters zijn opgenomen op vier afzonderlijke tabbladen van de infovensterbalk rechts van het canvas.
Infovensterbalk

De Infovensterbalk bevindt zich rechts van het canvas. Net als de zijbalk, heeft het infovenster vier tabbladen die specifieke categorieën infovensters bevatten.

  • Gebruik de infovensters Object om de objecten die u maakt, een stijl te geven, hun grootte aan de passen en te schikken.
  • Gebruik het infovenster Stijl om stijlen die zijn toegepast op een geselecteerd object, weer te geven en om stijlen van andere objecten toe te passen op het canvas.
  • Gebruik de infovensters Eigenschappen om te definiëren hoe en waar lijnen verbinden met andere objecten. Als u OmniGraffle Pro hebt, kunt u ook notities en metagegevens met sleutelwaarden toevoegen voor de objecten die u maakt en acties toewijzen aan objecten.
  • Gebruik de infovensters Canvas en Document om het geselecteerde canvas te definiëren. Als uw document meerdere canvassen heeft, kunt u de eigenschappen van elk canvas onafhankelijk instellen. Gebruik het infovenster Document om documentoverkoepelende metagegevens toe te voegen voor het document.
Kader
Het rechthoekige gebied dat de ruimte definieert die een object inneemt op het canvas, is bekend als het kader. Kaders hebben acht handgrepen (een in elke hoek en in het middelpunt van het kader) waarop u kunt klikken en die u kunt slepen om de grootte van een object te wijzigen.
Knopinfo
Een korte uitleg die verschijnt boven een gereedschap of een infovensteritem als het wordt geselecteerd. kan worden in- of uitgeschakeld door op Het menu Gereedschapspalet te tikken en te kiezen voor Instellingen in het app-menu.
Knoppenbalk
De regio langs de bovenkant van de documentbrowser en het canvas is de knoppenbalk. De knoppenbalk bevat knoppen voor het openen en sluiten van de zijbalk (links van het canvas) en de zijbalk van het infovenster (rechts van het canvas.).
Kunstbord een functie van OmniGraffle Pro
Een kunstbord is een speciaal type laag waarvan de objecten een exportgebied definiëren of optreden als een container voor objecten op standaard of gedeelde lagen die hoger in de laagstapel zitten.
Laag
Een laag bevat de objecten die u tekent. Er zijn drie verschillende types lagen in OmniGraffle:
  • Standaard laag — dit is het type basislaag dat beschikbaar is in zowel OmniGraffle Standard als in Pro.
  • een functie van OmniGraffle Pro Gedeelde laag — gedeelde lagen worden gebruikt voor het delen van objecten met de canvassen in uw document. Gedeelde lagen zijn alleen beschikbaar in OmniGraffle Pro.
  • een functie van OmniGraffle Pro Kunstbordlaag — kunstbordlagen bevatten een nieuw objecttype in OmniGraffle Pro, het kunstbord.
  • een functie van OmniGraffle Pro Gedeelde kunstbordlaag — een kunstbordlaag die wordt gedeeld met alle andere canvassen in uw document.

Canvassen kunnen meerdere lagen van elk type bevatten.

Laagstapel
De volgorde waarin de lagen verschijnen in de zijbalk. Wanneer een canvas meerdere lagen heeft, worden die lagen op elkaar gestapeld. Lagen kunnen opnieuw worden gepositioneerd in de stapel door ze omhoog of omlaag in de zijbalk te slepen.
Label
Test die u toevoegt aan een object, lijn of het canvas met het tekstgereedschap.
Lijn
Een lijn kan een onafhankelijk object op het canvas zijn of kan worden gebruikt voor het verbinden van twee of meer vormen. Voor het tekenen van een lijn gebruikt u het lijngereedschap. Gebruik het infovenster Streep om de lijnstijleigenschappen te wijzigen. Gebruik het infovenster Lijn om het lijntype te wijzigen en lijneinden toe te passen.
Metagegevens
Stukjes informatie die u kunt invoeren in de infovensters Metagegevens, Metagegevens canvas of Documentgegevens. Sommige daarvan kunnen worden opgehaald als labels voor objecten en voor het aansluiten van lijn met gegevensvariabelen.
Navigatiezijbalk
De zijbalk links van het canvas wordt gebruikt voor het beheren van alles in uw document. Hier kunt u de canvassen, lagen, objecten en groepen objecten organiseren en hernoemen.

De navigatiezijbalk heeft twee tabbladen waarop u kunt tikken om te schakelen tussen de verschillende zaken in uw document:

  • Gebruik het tabblad Canvassen voor het organiseren en hernoemen van de canvassen, lagen, objecten en groepen objecten in uw document.
  • Gebruik het tabblad Selectie om objecten te selecteren, hun stijl te geven en interactief te werken met objecten op basis van hun eigenschappen.
Object/Vorm
De zaken die u tekent op het canvas, zijn bekend als objecten. Een object kan een vorm zijn die u tekent met het gereedschap Vorm of Tekenen met de vrije hand, een lijn die u tekent met het lijngereedschap, of een tekstblok of een lijnlabel dat u invoert met het tekstgereedschap.
een functie van OmniGraffle Pro Als u OmniGraffle Pro hebt, kunt u ook het Kunstbordgereedschap gebruiken om een kunstbord toe te voegen aan uw document of om tekst om te zetten in vormen.
Omni Automation
Een scriptmethode voor OmniGraffle met JavaScript.
Plug-In
Een Omni Automation plug-In kan een verzameling scripts, bibliotheken en activa bevatten. Raadpleeg de website van Omni Automation voor meer informatie.
Sjabloon
Een OmniGraffle bestandstype dat de basisinstellingen bevat, zoals de canvasgrootte en de maateenheden, achtergrondkleuren of objecten, die worden gebruikt wanneer u nieuwe OmniGraffle-documenten maakt.
Slimme hulplijnen
Lichtblauwe hulplijnen die verschijnen bij het uitlijnen van objecten op het canvas.
Stenciltown
Een website voor het delen en downloaden van figuren voor gebruik met OmniGraffle.
Stijlfilter
Gebruik de knopen Stijlfilter onderaan langs de zijbalk Selectie om objecten met een soortgelijke stijl te isoleren op basis van hun stijleigenschappen. Objecten met dezelfde stijl worden verzameld als Stijlset in het midden van de zijbalk.
Stijlset
Na het filteren van objecten op basis van hun stijlen, worden objecten verzameld in Stijlsets in de zijbalk Selectie.
Streep
Een streep is de lijn die de rand vormt van een object. Om stijlen te verwijderen van of toe te voegen aan de streep van een object of aan een lijn die is gemaakt met het lijngereedschap, gebruikt u het infovenster Streep.
Toetscombinatie
Een set toetsen die u indrukt op een menuopdracht op te roepen, of één teken of cijfertoets waarop u drukt om één van de gereedschappen van OmniGraffle te selecteren. Sneltoetsen zijn beschikbaar wanneer een Bluetooth-toetsenbord wordt gekoppeld met uw apparaat.